Salarisonderhandeling: noem een speficiek bedrag

price-tagOp Intermediair vind je een aantal adviezen over salarisonderhandelingen. Altijd handig om eens door te lopen.

Eén is intrigerend, aangezien het meer een advies lijkt voor prijzen in de schappen van een supermarkt dan voor een salarisonderhandeling:

Vraag een zeer specifiek, oneven bedrag
Dit is psychologie. Een ervaren New Yorkse recruiter die anoniem wil blijven, vertelt Vivian Giang van Business Insider dat het helpt om een vreemd, zeer specifiek bedrag te noemen bij het onderhandelen. Vraag bijvoorbeeld in plaats van 3200 euro per maand, om 3195 euro. Dan Martineau valt hem bij: ‘Het is duidelijk en relevant om een specifiek bedrag te noemen.’

Malia Mason, onderzoeker bij The Journal of Experimental Social Psychology, zegt dat het vragen om specifieke in plaats van afgeronde bedragen je een ‘krachtig anker’ geeft in onderhandelingen. ‘Het wekt de indruk dat je je huiswerk hebt gemaakt. Het suggereert dat je een precies persoon bent die duidelijkheid geeft aan zijn werkgever. Zo iemand zegt ‘zeven dagen’ in plaats van ‘een week’ en lijkt daardoor goede inschattingen te kunnen geven van wat de werkgever mag verwachten’

Zelfs als je dus een gebied noemt, waarbinnen je gewenste salaris zou moeten liggen: gebruik specifieke getallen.

In elk geval is het een interessante denkoefening: noem je een vaag bedrag, een bandbreedte, een zeer exact gedrag … Een exact bedrag is in elk geval iets dat niet onopgemerkt gaat. Dat is een voordeel. Een nadeel lijkt me dat het erg geslepen en tactisch klinkt.

De kracht van een verhaal

In onderhandelingen is er doorgaans veel focus op de inhoud en argumenten. Waarom betaal je iets wel of niet? Waarom is een bod te hoog of te laag? Onderhandelingen zijn ook nogal eens gesprekken, waarin er van enige spanning sprake kan zijn. Ben je voldoende “in beeld”? Zijn de verhoudingen en de sfeer goed? Ook in het boek Scherp onderhandelen zonder bot te zijn zijn inhoud en relatie de twee belangrijkste pijlers.

Een manier om een heel andere toon in gesprekken of presentaties aan te slaan, is een verhaal vertellen. Met een verhaal stem je het gehoor anders. In plaats van ratio en kritisch denken worden emotie en luisteren bepalend. Een verhaal geeft ook de mogelijkheid abstracte zaken concreet te maken: wat betekent een bod precies? Wat voor gevolgen hebben het wel of niet overeenstemming brengen over bijvoorbeeld een sociaal plan?

Op Lifehacking lees je een blog van Arjan Broere over de kracht van verhalen vertellen: Geef je boodschap meer impact met een verhaal. In en bij de blog vind je meer links en onder andere onderstaande video die de kracht van woorden en een verhaal illustreert:

Mannen- en vrouwentaal (en onderhandelen)

Vandaag in nrc.next twee artikelen die over mannen- en vrouwentaal gaan. Het ene expliciet daarover en het ander over moppen vertellen, waarbij een paragraaf aan het verschil tussen mannen en vrouwen wordt besteed.Uit het verschil in m/v-taal blijkt dat mannen duidelijker en informatiever zijn in hun taal en vrouwen meer betrokken taalgebruik spreken. Bij moppen is het uitgangspunt dat een mop het best verteld wordt door een verteller die in de mop gelooft:

Dus er echt staan, je breder maken en niet zoals vrouwen nog wel eens doen komen met “Ik weet niet of ik hem goed vertel” of “er kwam een, of nee, er waren twee mannen …

Uit eerdere onderzoeken op het vlak van onderhandelen blijkt dat vrouwen betere onderhandelaars zijn dan mannen àls vrouwen niet voor zichzelf onderhandelen. De onderhandelvaardigheden zijn dus in orde maar de motivatie om voor eigenbelang op te komen is minder sterk dan bij mannen. Eerder onderzoek over de “aardige onderhandelaar” gaf het beeld dat de aardige onderhandelaar minder resultaat boekte dan de aardige.

Is daarmee het punt voor hard onderhandelen gemaakt? Nee! Het toont dat eigenbelang en overtuiging van belang zijn voor een onderhandeling. Dat is beslist een onderdeel van onderhandelen. Tegelijkertijd betekent dat niet dat er alleen maar hard onderhandeld moet worden. Het is alleen de kunst om de harde inhoudelijke koers te combineren met aandacht voor de relatie.

  • Win-winonderhandelingen is niet soft of happy-happy-onderhandelen. Het motto van win-win is “wees hard voor de inhoud en heb hart voor de relatie”. Die aanpak betekent dat je dus niet óf aardig óf onaardig bent maar een aanpak kiest die allebei in zich heeft. Aardig voor je gesprekspartner maar niet in de zin dat je makkelijk concessies doet of bij een impasse als eerste toegeeft. Uiteraard zal dat laatste voor iemand die aardig is lastiger zijn, dan voor iemand die aardigheid heeft in escalatie maar dat wil niet zeggen dat je niet én aardig én standvastig kunt zijn.
  • De vraag is hoe je bij een onderhandeling de uitkomst meet. In een aantal onderhandelingen is er iets te verdelen of komt er bijvoorbeeld een geldbedrag (verkoopprijs, salaris) uit. Dat is redelijk meetbaar zij het dat dat ook maar één aspect van de uitkomst is. De vraag is of een stevige inzet in onderhandelingen als die daadwerkelijk door de gesprekspartner als onaardig wordt gekwalificeerd niet meer effecten heeft dan alleen een mooi salaris. Niet dat stevig onderhandelen verkeerd is. Zeker niet. Maar als iemand als onaardig wordt gekwalificeerd is te voorzien dat er op enig moment nadeel uit dit gesprek kan komen. Nogmaals, het gaat dan niet om hard inhoudelijk onderhandelen.
  • Uit de onderzoeken blijkt niet of degenen die aardig onderhandelen gekozen hebben om niet bot te zijn of te escaleren of dat zij het eenvoudigweg niet kunnen, durven. Het onderzoek geeft het beeld van aardige mensen die naïef zijn en de winst niet pakken. Ik kom genoeg zeer aardige mensen tegen die dat principieel zijn en er een punt van maken in samenwerking niet voor kort termijnwinsten te gaan maar te zoeken naar inspiratie, waarde toevoeging, creativiteit. Met andere woorden: het zou kunnen dat degene die aardig is weloverwogen aardig is en accepteert dat hij (m/v) soms niet het onderste uit de kan haalt.

Wat is er te leren van het onderzoek? In elk geval dat standvastigheid en stevigheid resultaat heeft. En dat voor degenen die aardig zijn een valkuil is -maar dat weten aardige mensen doorgaans al- dat ze minder resultaat uit gesprekken halen dan mogelijk is. Is het dan ook een pleidooi voor lompheid? Nog maar eens de les van Fisher e.a. in Getting to Yes:

Wees hard voor de inhoud en heb hart voor de relatie

Een auto kopen? Ja, leuk!

Rob Gruhl laat in de Ignite-presentatievorm zien hoe je een auto koopt. Autoverkopers ontmoeten een waardige tegenstander in Rob!

Debatteren en stijl (3)

Het is al oud nieuws, zo het al echt nieuws was, maar hier-en-daar wordt er nog gereageerd op de toon tijdens enkele debatten rond de Algemene Politieke Beschouwingen. In nrc.next van 4 oktober reageren Jan Kuitenbrouwer en Lars Duursma/John Bijl op de reacties op Wilders.

Negeer

Jan Kuitenbrouwer pleit ervoor om meer geduld te hebben. Sterker nog, negeer het negatieve gedrag want dat maakt het aantrekkelijker voor degene die de negatieve koers koos. Kuitenbrouwer maakt de analogie met honden trainen: een hond die negatief gedrag vertoont wordt gecorrigeerd en krijgt dus aandacht. Beter is het dat negatieve gedrag te negeren en juist aandacht te geven op momenten dat er gewenst gedrag is. Het advies aan Rutte c.s., achteraf, is om terwijl Wilders ‘vol op het orgel gaat’ even een berichtje te sms’en of nonchalant een aantekening te maken en daarmee geen aandacht te geven aan alle gedoe. Wat je aandacht geeft, groeit is het motto. (Hier de tekst)

Kuitenbrouwer ziet parallellen in de lessen van dog whisperer Cesar Millan, die honden er onder houdt door negatief gedrag niet met aandacht te belonen.

Adresseer

Duursma/Bijl adviseren om niet alleen naar de voorzitter te reageren als het debat guur wordt en daarna bij de media maar om direct bij degene die pittig aanvalt de kwestie te adresseren: “Voorzitter, ik zou de Wilders graag de vraag stellen: wat wil hij nu bereiken met zo’n opmerking?” Daarnaast krijgen de debaters het advies het hoofd koel te houden en geen negatieve termen in de mond te nemen of over te nemen. Indien een vraag gesteld wordt, is het advies: herformuleer de vraag, beantwoord kort en breng de zaak terug naar de eigen invalshoek.

Koud hoofd en warm hart

De goede adviezen vragen alle één ding: de debatter is er met zijn hoofd bij en reageert niet primair. Immers, wie de regie verliest en boos wordt die zal alle goede adviezen negeren. En wat je moet doen om het hoofd erbij te houden, gaat verder dan slimme replieken of tactieken. Dat vraagt om te merken bij jezelf als je je geduld verliest en jezelf tot de orde te roepen. Het vraagt om er bewust voor te kiezen niet geraakt te worden door wat je hoort en om afstand te houden. Zoals Ury stelt op spannende momenten: “Ga naar het balkon”.

Niet dat uit emotionele reacties niet een enorme kracht kan spreken … Maar het is niet iedereen gegeven zo een punt te maken.

Zie ook Debatteren en stijl en Debatteren en stijl (2)

Wat als …

Wat als iedereen een regisseur had, is een video van Dealymoviesss. Een mooie reeks van Wat als-video’s die allemaal bepaalde conventies zichtbaar maken. Wat als sprookjes echt waar waren, wat als polici wél wilden praten, wat als Facebook niet zou bestaan, …

Het mooie van alle video’s is, naast de geestige vormgeving, hoe zichtbaar conventies worden door ze te verbreken of juist te vergroten.

TED-sprekers die een eigen toon hebben

Dat mensen en stijlen verschillen is evident. Opvallender zijn de stijlverschillen als je sprekers ziet die allen met impact hun visies en ideeën ontvouwen maar die allemaal sterk van elkaar verschillen.

In het hoofdstuk over sfeer in het boek Scherp onderhandelen is een belangrijke rode draad: vind jouw stijl. Wat is jouw toon, aanpak, kenmerkende inbreng. Om daar weer eens wat in te oefenen is het interessant onderstaande sprekers te bekijken en na te gaan

  • wat je pakt
  • wat je zelf ook meer wil doen
  • wat je irriteert
  • wie je overtuigend vindt en waardoor dat komt
  • wat je -als je meerdere sprekers bekijkt- kennelijk vaak als criterium gebruikt

Kortom, Ranking the Speaker. En waar kun je dan beter terecht dan de TED Talks. Hoewel we ook te leen gaan bij Google Authors en POPTech.

Dave Eggers met Once upon a School:

Jane McGonigal met Gaming can make a better world:

Isabel Allende met Tales of Passion:

Sir Ken Robinson over Schools kill Creativity:

Steve Jobs over How to live before you die:

Guy Kawasaki met The Art of the Start:

Benjamin Zander over studenten, kansen en de wereld